Dienst Urologie AZ Klina

Algemene urologie

Benigne Prostaat Hyperplasie (BPH)

De prostaat is een klier die uitmondt in het plaskanaal net aan de uitgang van de blaas, onder de blaashals.  Benigne prostaathyperplasie of 'BPH' is eengoedaardige vergroting van de prostaat door vermeerdering van cellen en het aanspannen van het glad spierweefsel van de prostaat.Vanaf de leeftijd van 40 jaar gaat bij de meeste mannen de prostaat toenemen in volume. Het tempo van volumetoename is bij elke man verschillend. Bij deze volumetoename gaat de prostaat geleidelijk het plaskanaal vernauwen zodat een traag toenemende hinder ontstaat voor de urinestroom door het plaskanaal. 

Epidemiologie

BPH komt voornamelijk voor bij mannen van middelbare en meer gevorderde leeftijd.  Tussen de 60-69 jaar heeft zo’n 10-20% er last van, en in de leeftijd van 70-79 jaar stijgt dit naar zo’n 25-35%. Boven de 80 heeft ongeveer de helft van de mannen BPH.
Het is belangrijk om niet met de klachten te blijven lopen omdat deze verholpen kunnen worden.  Men neemt nu aan dat bij patiënten met een BPH de last bij 55% verergert, bij 15% verbetert en bij 30% stabiel blijft.  Ook belangrijk om weten is, dat er geen verband is tussen BPH en prostaatkanker.

Symptomen

De meest voorkomende klachten zijn:

  • Vertraagd starten van het plassen.
  • Verlengde duur van de plasbeurten.
  • Verminderde plasstraal (in kracht en volume).
  • Onderbreken van de plasstraal.

 Door deze traag toenemende hinder zal de blaas zich na verloop van tijd niet meer volledig kunnen ledigen en dus ook sneller vol zijn met als gevolg:

  • Frequentere plasbeurten overdag.
  • Nachtelijke plasbeurten.
  • Moeilijker ophouden van de urine bij plasdrang.
  • Verlies van wat urine bij dringende plasdrang. 

 In een verder gevorderd stadium kan de vergrote prostaat de blaashals volledig afsluiten, zodat plassen totaal onmogelijk wordt en de blaas overvuld geraakt: hier spreekt men van urineretentie. Dit is een zeer pijnlijke, spoedeisende situatie. In deze gevallen zal de uroloog in de overvolle blaas een blaassonde plaatsen langs het plaskanaal of dwars door de buikwand (een suprapubische sonde).

Oorzaken en risicofactoren

Over het ontstaan van BPH is nog veel niet bekend.  Wel bekend is, dat met het toenemen van de leeftijd hormonale veranderingen en veranderingen vangroeifactoren een rol spelen bij de groei van bepaalde cellen van de prostaat.  Maar welke hoeveelheden hormonen en groeifactoren verband zouden houden met het ontwikkelen van BPH zijn niet bekend. Hormonen kunnen beïnvloed worden door wat we eten: ook de mate waarin de spiertjes (glad spierweefsel) van de prostaat de urinebuis dicht knijpen, is enigszins beïnvloedbaar door voeding.  Er is echter weinig goed onderzoek gedaan naar de rol van specifieke voedingsmiddelen bij het ontstaan van BPH.  Onderzoek naar de rol die sport/activiteit, lifestyle factoren en andere aandoeningen spelen bij het ontstaan van BPH heeft weinig opgeleverd.

Diagnose

Bij klachten zoals omschreven bij “Symptomen”  zullen over het algemeen verschillende onderzoeken uitgevoerd worden:

  • een rectaal onderzoek (met de vinger voelen langs de anus) om de vorm, grootte en consistentie van de prostaat te bepalen.
  • een plastest om de kracht van de straal na te kijken.
  • een transrectale echografie om het juiste volume van de prostaat te bepalen.
  • een PSA bepaling in bloed om uit te sluiten dat het om prostaatkanker zou kunnen gaan.
  • een cystoscopie (met een kleine camera kijken via de plasbuis) om de prostaat van binnenuit te kunnen observeren en de graad van obstructie te beoordelen.

Behandeling

BPH is zelden levensbedreigend. Het is vooral wanneer de symptomen écht hinderlijk worden dat één of andere behandeling zich opdringt.

Bij milde symptomen wordt door de Europese Vereniging van Urologen (EAU) een waakzame, afwachtende houding aanbevolen.  Dit betekent dat de patiënt regelmatig wordt gecontroleerd, maar dat geen medische interventie wordt gestart tenzij de symptomen verergeren.Algemene maatregelen zoals vermijden van cafeïne-houdende dranken en verminderde vochtinname ‘s avonds kunnen nuttig zijn.Bij mannen met matig ernstige symptomen kan medicamenteuze behandeling overwogen worden.Bij mannen met ernstige symptomen of met complicaties, en bij mannen bij wie medicamenteuze behandeling niet doeltreffend is, is chirurgie de beste aanpak

a.   Geneesmiddelen
Een aantal medicamenten heeft een gunstige invloed op de klachten:

  • Alfa-blokkers zoals Tamsulosine (Omic Ocas®), Terazosine (Hytrin®) en Alfuzosine (Xatral®) gaan het glad spierweefsel van de prostaat doen ontspannen en de blaashals dus openzetten.  Daardoor vermindert de graad van obstructie en gaat het plassen gemakkelijker.
    De studies bij mannen met symptomen van benigne prostaathypertrofie, wijzen op een verbetering van de symptomen met 30 tot 45% en een stijging van de urinestroomsnelheid met 15 tot 30%.  Studies tonen ook een daling van het risico van acute urineretentie.
    Een alfa-blokker kan geprobeerd worden bij mannen met matig ernstige symptomen bij wie algemene maatregelen niet helpen. 2 tot 4 weken na starten van de behandeling of wijzigen van de dosis, moeten de effecten gecontroleerd worden.
    De belangrijkste ongewenste effecten, en ook de meest zorgwekkende bij ouderen, zijn orthostatische hypotensie (daling van de bloeddruk bij opstaan) en duizeligheid. Andere ongewenste effecten zijn moeheid en sedatie.
    De eerste dosis wordt best genomen bij het naar bed gaan, gezien het risico van bloeddrukdaling met eventueel syncope (flauwvallen) in zeer uitgesproken gevallen.  
    Om dit risico te verminderen wordt ook aangeraden te starten met een lage dosis en deze geleidelijk op te drijven.  Er zijn ook preparaten met vertraagde vrijstelling.  Men moet gaan liggen wanneer duizeligheid, moeheid of zweten optreden.  Het effect op de seksuele functie is minimaal.
    De alfa-blokkers zijn niet afgeraden bij patiënten met orthostatische hypotensie en een voorgeschiedenis van syncope. 
  • 5-alfa-reductase remmers zoals Finasteride (Proscar®) en Dutasteride (Avodart®) hebben een hormonale invloed waardoor de prostaat niet verder gaat groeien en soms zelfs gaat krimpen met opnieuw minder obstructie en gemakkelijkere mictie tot gevolg. 
    Studies tonen in ± 40 % van de patiënten een gunstig effect op de symptomen en een daling van het risico van acute urineretentie en van de noodzaak van chirurgie. Bij iets meer dan 1% van de patiënten op een 5-alfa-reductase-inhibitor, treden ongewenste effecten op zoals impotentie, verminderde libido, ejaculatiestoornissen, jeuk...  
    Overgevoeligheidsreacties en testiculaire pijn zijn eveneens gerapporteerd. Finasteride en Dutasteride zijn teratogeen.  Gezien hun aanwezigheid in sperma, dient een condoom gebruikt te worden in geval van seksuele betrekkingen met een zwangere vrouw of een vrouw die zwanger zou kunnen worden.  Een zwangere vrouw mag geen tabletten op basis van Finasteride of Dutasteride manipuleren.
    Dutasteride (Avodart) zou anderzijds het risico op prostaatkanker kunnen verkleinen.
  • Combinatie van beide bovenstaande medicamenten (Combodart ®) met dubbele werking.
  • Meerdere geneesmiddelen op basis van planten worden voorgesteld voor de behandeling van prostaatlijden.  Hun werkingsmechanisme is onduidelijk. Van dergelijke middelen is Serenoa repens (Saw Palmetto, Serenoa serrulata, Sabal) het best bestudeerd. Dit komt in de meeste preparaten voor.  Studies tonen een gunstig effect op de symptomen, nachtelijk plassen, urinestroomsnelheid en het residuele volume.  De prostaatgrootte wordt niet beïnvloed.  In de studies waarin Serenoa repens werd vergeleken met Finasteride, was het effect op de symptomen vergelijkbaar, maar veroorzaakte Serenoa repens minder invloed op de potentie.

 Als deze medicamenten onvoldoende verlichting brengen, kan een prostaatoperatie worden overwogen. 

b.   Operatie

  • Transurethrale heelkunde. Deze operatie verloopt via de plasbuis en er is dus geen uitwendige incisie nodig. Klassiek spreekt men over een TransUrethrale Resectie van de Prostaat of ‘TURP’.  Zie brochure “Kijkoperatie bij prostaatvergroting”. 
    In plaats van de klassieke TURP kan het prostaatweefsel ook “verdampt” worden met behulp van een diode-laser.  Dit verloopt dus ook via de plasbuis en geeft over het algemeen minder bloedverlies.  Vaak moeten bloedverdunners zoals Aspirine dan ook niet gestopt worden. Zie brochure “Laserevaporisatie van de prostaat”.
  • Open heelkunde. Als de prostaat te groot is, is heelkunde via de plasbuis niet mogelijk en dient een operatie te gebeuren via een snede in de onderbuik.  Via deze “open” toegangsweg wordt de prostaat dan benaderd en wordt het binnenste van de prostaat verwijderd.  Nadien hebt U eveneens een sonde via de penis om de blaas te spoelen, evenals een wonddrain die via de buik naar buiten komt.  De hospitalisatie is hier iets langer en bedraagt klassiek een 6-tal dagen.