Dienst Urologie AZ Klina

Robot-geassisteerde radicale prostatectomie

Bekijk de pdf

Onlangs werd bij U de diagnose gesteld van een kwaadaardig gezwel van de prostaat. U hebt de verschillende behandelingsmogelijkheden op de raadpleging besproken met Uw arts en U hebt onderling beslist om te kiezen voor een heelkundige behandeling onder vorm van een radicale prostatectomie met behulp van de daVinci robottechnologie. 
In de urologie wordt de robot voornamelijk aangewend bij prostaaten nierchirurgie. Bij prostaatkankers moet de prostaat soms volledig verwijderd worden om goede resultaten op lange termijn te bekomen. Het daVinci robotsysteem laat een betere visualisatie en fijnere dissectie toe van de sfincterregio en de zenuwbundels. Naast de hoger vermelde voordelen door het laparoscopisch ingrijpen, is hierdoor het risico op impotentie en incontinentie duidelijk lager dan bij conventionele chirurgie.
De aankoop, het onderhoud en de gebruiksmaterialen van de robot zijn tot op heden onvoldoende ondersteund door de overheid via het klassieke budget van financiële middelen van het ziekenhuis. Om deze hoogtechnologische en innovatieve techniek te kunnen aanbieden aan onze patiënten, moet een deel van de kosten doorgerekend worden om het gehele robot- project financieel draagbaar te houden.

Normale werking van de prostaat

De prostaat is een klier die de grootte en de vorm heeft van een tamme kastanje en die gelegen is aan de uitgang van de blaas, rondom de plasbuis of urethra. De plasbuis loopt van de blaas tot aan het uiteinde van de penis en geleidt de urine.
Zoals reeds gezegd is de prostaat dus een klier. Klieren zijn organen die een vocht uitscheiden. De prostaat scheidt het vocht uit dat bij een zaadlozing samen met de zaadcellen naar buiten komt. De zaadcellen op zich worden aangemaakt in de teelballen en via de zaadleider naar de prostaat getransporteerd. Wat men “sperma” noemt, is dus de combinatie van de zaadcellen met het vocht dat de prostaat produceert. De prostaat wordt beïnvloed door hormonen die in de teelballen worden aangemaakt: testosteron. Deze hormonen regelen onder andere de groei van de prostaat en de vorming van prostaatvocht.

Prostaatkanker

Een kwaadaardig gezwel van de prostaat ontstaat meestal in de buitenste zone van de prostaat (het prostaatkapsel). Een dergelijke kwaadaardige aandoening van de prostaat heet prostaatkanker of prostaatcarcinoom.
Prostaatkanker is in de Westerse wereld de meest frequente kanker bij mannen. De gestegen incidentie wordt enerzijds veroorzaakt door de toenemende gemiddelde leeftijd van de bevolking, maar anderzijds ook omdat de kanker steeds vroeger ontdekt wordt. In vele gevallen kunnen zogenaamde “slapende” kankers worden gevonden, maar uiteindelijk zal toch 1 op de 10 mannen boven de 50 jaar een evolutieve prostaatkanker ontwikkelen indien het gezwel niet op tijd wordt opgespoord en behandeld.
Over de oorzaken van prostaatkanker is nog weinig met zekerheid bekend. Wel is geweten dat prostaatkanker vaker voorkomt bij mannen in West-Europa en de Verenigde Staten. Ver- moedelijk heeft dat te maken met de voedingsgewoonten. Ook kunnen veranderingen in de hormonale regeling van de prostaat een belangrijke rol spelen in het ontstaan van prostaatkanker. Tenslotte speelt ook erfelijkheid een rol. Volgens bepaalde studies zou het risico op prostaatkanker bij mannen, die een directe aanverwante hebben met deze aandoening, tot drie keer hoger liggen

Voorbereidingen voor de operatie

Onderzoeken

Tijdens de raadpleging heeft Uw arts U wellicht verduidelijkt dat deze ingreep een goede voorbereiding vraagt. Een aantal onderzoeken gebeurt ambulant, vóór de ingreep: 

  • een bloed- en urineonderzoek 
  • een röntgenfoto van de longen
  • een onderzoek van het hart: elektrocardiogram of ECG + eventueel een cycloergometrie

Daarnaast is het mogelijk dat er nog aanvullende onderzoeken dienen te gebeuren. Dit zal Uw arts dan met U bespreken.

Darmvoorbereiding

De dag vóór de operatie gebeurt ook een reiniging van de darmen door het drinken van een aangepaste oplossing. Deze voorbereiding is noodzakelijk omdat de prostaat tegen de endeldarm (laatste gedeelte van de dikke darm) ligt. Als dit gedeelte van de darm ledig is, zal de ingreep vlotter kunnen uitgevoerd worden.
Tijdens en na de darmvoorbereiding mag U niets meer eten (tenzij een yoghurt zonder vruchtvlees of een pudding). U mag wel nog tot middernacht onbeperkt zwarte koffie, thee en water drinken. Daarna mag U niets meer drinken of eten.

De anesthesist

De anesthesist is de dokter die zal instaan voor de verdoving. Hij/Zij komt de avond voor de ingreep nog bij U langs om U wat meer uitleg te geven in verband met de verdoving. De eerste nacht na de operatie zal U doorbrengen op de Intensieve Zorgen afdeling (INZO). Indien U dit wenst, kan U ook aan de anesthesist een inslaapmiddel vragen om de nacht voor de ingreep rustig door te brengen.

De ochtend van de ingreep 

Na middernacht mag U niet meer eten, drinken en roken omwille van de algemene verdoving die U zult krijgen. Indien gewenst, kunt U tijdig worden gewekt zodat U een douche of een bad kunt nemen. Daarna wordt Uw temperatuur genomen. De verpleegkundige zal U een operatiehemd en speciale kousen bezorgen. De kousen bevorderen de bloedsomloop tijdens en na de operatie en helpen de vorming van bloedklonters (trombose) voorkomen. Vervolgens overloopt de verpleegkundige een controlelijst met specifieke informatie voor de operatiezaal en bezorgt U een kalmerend medicament als voorbereiding op de verdoving. Dan brengt men U naar de operatiezaal.

De operatie

In de heelkunde is er sedert jaren een progressieve evolutie naar minimaal invasieve technieken. De laparoscopische heelkunde, of ook wel “sleutelgat- of kijkoperatie” genoemd, heeft hiertoe een belangrijke bijdrage geleverd. De operatiewonden zijn kleiner, het bloedverlies tijdens de operatie is lager en het postoperatief comfort van de patiënt ligt beduidend hoger. Er zijn signifi cant minder pijnklachten en de evolutie naar volledig herstel en werkhervatting verloopt veel sneller. Voor de chirurg zijn er echter belangrijke nadelen: hij moet lange, rigide instrumenten, in spiegelbeeld, en vaak ook nog in een weinig ergonomische houding manipuleren. Bovendien wordt alles weergegeven op een 2-dimensioneel beeldscherm waardoor het dieptezicht ver- loren gaat. De technisch meest complexe operaties zijn hierdoor moeilijk of niet laparoscopisch uitvoerbaar.

De robotchirurgie voegt aan de laparoscopie een nieuwe dimensie toe. Voor alle duidelijkheid, deze robot voert geen enkele beweging zelfstandig uit. Tussen chirurg en robot bestaat er een master-slave relatie, waarbij de chirurg plaatsneemt aan een console en via joysticks de camera en de instrumenten van de robot dirigeert.

In tegenstelling tot gewone laparoscopische instrumenten is het robotinstrumentarium voorzien van meerdere gewrichten, waardoor de bewegingen van vingers, handen en pols perfect kunnen nagebootst worden.

Bovendien kan de “overbrenging” aangepast worden, waardoor grotere bewegingen van de chirurg kunnen herleid worden tot microbewegingen van de robot in de patiënt. De chirurg heeft in de console een tot 12 x vergroot driedimensioneel high-defi nitionbeeld en bovendien worden tremorbewegingen volledig weggefi lterd. Zo kunnen ook zeer fijne dissecties en hechtingen uitgevoerd worden op moeilijk te bereiken plaatsen in het lichaam. 

De ingreep op zich bestaat uit het verwijderen van de volledige prostaat, met inbegrip van het stuk plasbuis dat doorheen de prostaat loopt, een deel van de zaadleiders en de zaadblaasjes. Soms is het ook nodig om de zenuwen die verantwoordelijk zijn voor de erecties mee weg te nemen. Vervolgens wordt een nieuwe verbinding gemaakt tussen de blaas en het overgebleven gedeelte van de plasbuis. Op dat moment wordt ook een urinesonde geplaatst om de gemaakte hechting optimaal te kunnen laten genezen. Op het einde van de ingreep wordt ook nog een wonddrain geplaatst om eventueel wondvocht naar buiten te kunnen afl eiden.

Het weggenomen weefsel wordt opgestuurd voor nader microscopisch onderzoek. Dit onder- zoek neemt enige dagen in beslag en het resultaat ervan zal U ofwel nog tijdens de hospitalisatie, ofwel tijdens een controle raadpleging medegedeeld worden.

Verloop na de operatie

De eerste nacht na de operatie zal U eventueel doorbrengen op de Intensieve Zorgen afdeling (INZO). Dit is een afdeling waar voortdurende controle mogelijk is en waar de pijnbestrijding op punt wordt gesteld. Daags nadien kunt U meestal terug naar de gewone verpleegafdeling. U zal 6 kleine wondjes hebben op de onderbuik. Uit 1 van die wondjes komt een drain die toe- laat overtollig wondvocht af te voeren. Uw arts zal beslissen wanneer deze drain kan verwijderd worden.
Ook zal U via de penis een sonde hebben die tot in de blaas zit. Deze blaassonde zal een 5-tal dagen aanwezig moeten blijven en laat toe dat de verbinding tussen de blaas en de plasbuis goed kan genezen. Om de urine op te vangen, zal de verpleging een zakje aan uw been bevestigen zodat U niet te veel beperkt zal worden in Uw mobiliteit zolang de sonde ter plaatse is. Zorg er evenwel steeds voor dat de opvangzak voor de urine zich onder het niveau van de sonde bevindt zodat de urine ten allen tijde goed kan aflopen.
U zal ook een infuus hebben. Zodra er weer darmbewegingen komen, zal gestart kunnen worden met inname van heldere vloeistoffen en later ook met vaste voeding. Op dat moment zal het infuus dan kunnen verwijderd worden.

Bijwerkingen en/of complicaties

Een radicale prostatectomie (al of niet met behulp van de robot) blijft een grote ingreep. Verschillende bijwerkingen en/of complicaties kunnen zich dan ook potentieel voordoen. Graag zouden we hier enkele daarvan willen toelichten.

Ongewild urineverlies (incontinentie)

Urineverlies, in mindere of meerdere mate, kan optreden na een radicale prostatectomie, ongeacht de toegepaste operatietechniek. Meestal is dit onwillekeurig urineverlies, indien het al voorkomt, van voorbijgaande aard. Dit urineverlies wordt dan opgevangen door aange- past incontinentiemateriaal. Bij verlengde problemen van incontinentie, zal eventueel een kinesitherapeut(e) worden ingeschakeld om U aangepaste bekkenbodemspieroefeningen aan te leren. Hij/Zij leert U door de juiste oefeningen opnieuw controle te krijgen op de urinelozing, waardoor het urineverlies beperkt wordt en U sneller de urine zal kunnen ophouden.
Ook beschikt de Dienst Urologie van AZ Klina over een incontinentie-verpleegkundige om U desgevallend bij te staan. Een jaar na de ingreep blijken nog ongeveer 3 tot 5 % van de patiënten zodanig last te hebben van incontinentie, dat andere behandelingen kunnen overwogen worden.

Mindere kwaliteit van erecties (erectiele dysfunctie)

Tijdens de operatie zullen de zenuwen, die verantwoordelijk zijn voor de erecties, zo goed mogelijk gespaard worden. Deze zenuwen verlopen zeer dicht tegen de prostaat, zodat het in sommige gevallen niet veilig is om ze te sparen. In eerste instantie moet uiteraard alle tumor- weefsel worden weggenomen. In de mate van het mogelijke zal Uw arts U daarover reeds voor de ingreep inlichten. Uiteraard zal ook steeds tijdens de operatie moeten blijken of de zenuwen al dan niet kunnen gespaard worden. In alle gevallen worden de zenuwen tijdens de ingreep gekwetst zodat de meeste patiënten vlak na de ingreep geen erecties zullen hebben. Bij een goede zenuwsparende ingreep, komen die erecties meestal spontaan terug na 3 tot 12 maanden (soms zelfs nog later). De genezing van deze zenuwen gaat dus zeer traag. De zaadlozingen zul- len altijd achterwege blijven na de operatie, maar er is nog wel mogelijkheid tot het krijgen van een orgasme na seksuele stimulatie.

Vernauwingen van de plasbuis (urethrastrictuur)

Zoals eerder reeds vermeld, wordt er een nieuwe verbinding gemaakt tussen de blaas en de plasbuis. In dit genezingsproces is het steeds mogelijk dat er een vernauwing optreedt van die verbinding. Het risico hierop bedraagt zo’n 3 tot 5 %. U zal dan ervaren dat de urinestraal mind- er krachtig wordt. Uw uroloog zal U er steeds naar vragen tijdens de opvolgingsraadplegingen. Ook is het belangrijk dat U zich voor die raadplegingen steeds aanmeldt met een volle blaas zodat een plastest kan gebeuren om de kracht van de straal te meten. Deze vernauwing kan over het algemeen poliklinisch behandeld worden door oprekken (dilatatie) van de vernauwing. In sommige gevallen moet de vernauwing onder narcose ingesneden worden.

Wondcomplicaties

Elke wonde kan aanleiding geven tot infectie, vochtophopingen, bloeduitstortingen,… Aangezien U echter slechts kleine wondjes zal hebben, is het risico op een wondprobleem zeer beperkt.

Diepe veneuze trombose (DVT)

Elke ingreep in het klein bekken kan aanleiding geven tot de vorming van bloedklontertjes (trombose) in de diepe aderen van de onderbenen. Een kijkoperatie vergroot dat risico zelfs. Dergelijke trombose wordt tegengegaan door het dragen van steunkousen tijdens en na de operatie. Deze steunkousen worden best gedragen voor een periode van minimum 1 maand. U krijgt ook dagelijks een prik met een heparine-preparaat in de buikwand ter preventie van trombose. De belangrijkste maatregel om deze complicatie te vermijden is het snel hervatten van lichamelijke activiteit. Reeds in bed is het belangrijk om de benen goed te bewegen en regelmatig op te trekken

Na ontslag uit het ziekenhuis

Bij Uw ontslag uit het ziekenhuis zal U reeds een afspraak krijgen voor een controle raadpleging. Daar zal het resultaat van het microscopisch onderzoek dan besproken worden, voor zover dit nog niet gebeurde tijdens de hospitalisatie.
Een klassieke verder opvolging bestaat uit een raadpleging om de 3 maanden gedurende het eerste jaar na de operatie. Nadien wordt die frequent verminderd.

Vragen en bekommernissen

Wellicht wekt deze operatie onzekerheid en spanning op. Ervaring leert ons dat goede informatie een belangrijke steun kan zijn voor U, Uw partner en Uw omgeving.
Kreeg U door het lezen van deze brochure toch geen afdoende antwoord op al Uw vragen en bekommernissen, dan kunt U altijd terecht bij de artsen, verpleegkundigen of de paramedici. Het urologisch team zal U graag bijstaan.