Dienst Urologie AZ Klina

Kijkoperatie bij prostaatvergroting

Bekijk de pdf

Een TransUrethrale Resectie van de prostaat (TURp) is een kijkoperatie waarbij een vergrote prostaat langs het plaskanaal wordt weggenomen.

Prostaatvergroting

De prostaat is een klier die uitmondt in het plaskanaal net aan de uitgang van de blaas, onder de blaashals.
Vanaf de leeftijd van 40 jaar gaat bij de meeste mannen de pros- taat toenemen in volume.  Het tempo van volumetoename is bij elke man verschillend.
Bij deze volumetoename gaat de prostaat geleidelijk het plas- kanaal vernauwen zodat een traag toenemende hinder ontstaat voor de urinestroom door het plaskanaal.
Deze traag toenemende hinder manifesteert zich door:

  • verminderde plasstraal (in kracht en volume) 
  • verlengde duur van de plasbeurten 
  • onderbreken van de plasstraal 
  • vertraagd starten van het plassen 

Door deze traag toenemende hinder zal de blaas zich na verloop van tijd niet meer volledig kunnen ledigen en dus ook sneller vol zijn:

  • frequentere plasbeurten overdag
  • nachtelijke plasbeurten
  • moeilijker ophouden van de urine bij plasdrang
  • verlies van wat urine bij dringende plasdrang

In een verder gevorderd stadium kan de vergrote prostaat de blaashals volledig afsluiten, zodat plassen totaal onmogelijk wordt en de blaas overvuld geraakt: hier spreekt men van urineretentie. Dit is een zeer pijnlijk, spoedeisende situatie. In deze gevallen zal de uroloog een blaassonde plaatsen langs het plaskanaal of dwars door de buikwand een buisje (een suprapubische katheter) plaat- sen in de overvolle blaas.

transurethrale resectie van de Prostaat (turp)

Voor een TURp is een ziekenhuisopname te voorzien van een 5-tal dagen. De ingreep gebeurt onder algemene of locoregio- nale verdoving. Bij een locoregionale verdoving wordt een volledige pijnverdoving van het onderste deel van het lichaam bekomen door een prik in de rug waarbij de zenuwen voor het onderste deel van het lichaam verdoofd worden waar ze het ruggenmerg vervoegen. Na grondige ontsmetting van de penis en het bekken zal deze streek afgedekt worden met steriel afdekmateriaal.
De uroloog brengt een gel aan in het plaskanaal wat het bin- nenglijden van de endoscoop vergemakkelijkt.
Een endoscoop is een optisch instrument waarmee lichaams- holten kunnen bekeken worden.  Voor een TURp maakt de uroloog gebruik van een speciale endoscoop, een resectoscoop. De resectoscoop is uitgerust met een beweegbare snijlis waar- door een hoogfrequente stroom gestuurd wordt. Met deze snijlis kan de uroloog de prostaat wegnemen door het telkens opnieuw “wegbranden” van kleine stukjes met deze snijlis.
Deze stukjes (“chips”) die men best kan vergelijken met gar- nalen, komen tijdens de behandeling in de blaas terecht. Na de behandeling worden ze uitgespoeld en opgestuurd voor microscopisch onderzoek. Tijdens een TURp brengt de uroloog steeds een suprapubische catheter aan: een buisje dat dwars door de buikwand in de blaas wordt geplaatst. Dit is nodig om tijdens de TURp overdruk in de blaas te vermijden.
Na de TURp zal de uroloog ook een blaassonde langs het plas- kanaal in de blaas brengen.
Tijdens de eerste 24 uur na de ingreep zal de blaas continu ge- spoeld worden met een spoelvloeistof die langs de suprapubische katheter wordt ingebracht om de blaas via de blaassonde op- nieuw te verlaten.
Soms kan de blaassonde verstopt geraken door een bloed- klonter of een afgesneden stukje prostaat (“garnaal” of “chip”). In dit geval zal de verpleegkundige op de verpleegafdeling de blaassonde manueel spoelen om de bloedklonter of de “chip” te verwijderen.

Verloop na de ingreep

Daags na de ingreep mag U opnieuw eten en drinken. De con- tinue blaasspoeling wordt gestopt en om de blaas verder goed te spoelen, dient U te zorgen voor een vochtinname van 2 à 3 liter per dag. Zodra de urine minder bloederig is (“rosé”), kan de blaassonde verwijderd worden en kan U opnieuw plassen langs het plaskanaal. Door op geregelde tijdstippen de suprapubische catheter af te laten, kan gecontroleerd worden of de blaas zich volledig ledigt. Zodra dit het geval is, kan ook de suprapubische
catheter verwijderd worden en bent U klaar om weer naar huis te gaan.

AandachtsPunten

  1.  De eerste plasbeurten na het verwijderen van de blaassonde  kunnen wat problematisch zijn:

    - branderig gevoel in het plaskanaal bij plassen
    - bij plasdrang zal het aanvankelijk moeilijk zijn om de urine op  te houden en kan wat urine verloren worden. Deze problemen  verdwijnen zeer snel over het verloop van een paar dagen. 

  2. U kan nog gedurende een paar weken licht bloederige (“rosé”)  urine plassen. Zware lichaamsinspanningen zullen dit bloederig  plassen doen toenemen. Daarom wordt afgeraden de eerste drie weken na de ingreep te fietsen. 
  3. De vergrote prostaat heeft ervoor gezorgd, dat de sluitspier  minder goed geoefend is. Hierdoor kan U eventueel wat  druppels urine verliezen bij hoesten, niezen, plotse bewegingen,  tillen, … Naarmate de sluitspier zich herstelt, zal ook dit  probleem snel verdwijnen. 
  4. Na de ingreep vertoont het plaskanaal waar de prostaat gezeten  heeft een “open wonde”. Het duurt gemiddeld 6 à 8 weken tot  deze zone van het plaskanaal (= de prostaatloge) weer bedekt  is met slijmvlies. In deze herstelperiode kan U nog last hebben  van frequentere plasdrang, nachtelijke plasdrang, branderigheid  in het plaskanaal bij plassen, druppelverlies bij hoesten.
    Naarmate de genezing vordert, verdwijnen deze klachten. Het  genezingsproces hindert Uw normale activiteiten meestal  weinig of niet.
  5. Een TUR p heeft geen nadelig effect op de seksuele activiteit. Alleen moet U ermee rekening houden, dat het sperma bij een  zaadlozing niet meer via het plaskanaal naar buiten komt, doch  in de blaas terechtkomt.  Dit wordt veroorzaakt door een  breder openstaan van de blaashals na een TUR p. Het gevoel van zaadlozing blijft bestaan: men spreekt van een “droge”  zaadlozing.
  6. Een controleraadpleging is meestal voorzien na een 14-tal  dagen.  Indien U in deze tussentijd vragen hebt of problemen  ondervindt, aarzel dan niet Uw huisarts of uroloog  te raadplegen. 
  7. Aangezien het prostaatkapsel niet verwijderd wordt, blijft een jaarlijkse controle van de prostaat noodzakelijk.