Dienst Urologie AZ Klina

Cystoscopie bij de vrouw

Bekijk de pdf

Wat is een Cystoscopie?

Een cystoscopie is een endoscopisch onderzoek (“kijk-onder- zoek”) van het plaskanaal en de blaas.  Ook de uitmonding van de urineleiders in de blaas kan beoordeeld worden.  Hierbij wordt gebruik gemaakt van een endoscoop: een optisch instrument om lichaamsholten van binnen te bekijken.
Bij tal van urologische aandoeningen kan dit eenvoudig onder- zoek nuttige en belangrijke informatie opleveren.

Meestal wordt het onderzoek onder lokale verdoving uitgevoerd. In bepaalde gevallen kan de uroloog beslissen, dat het onderzoek beter onder algemene verdoving gebeurt.

Bij de vrouw gebeurt dit onderzoek meestal met een rigiede endoscoop, soms met een flexiebele endoscoop.
De schaamstreek en in het bijzonder de schaamspleet met de opening van het plaskanaal worden grondig ontsmet.  De uroloog brengt via de opening van het plaskanaal een gel in het plas- kanaal.  Deze gel zorgt voor een inwendige ontsmetting van het plaskanaal en bevordert het glijden van de endoscoop door het plaskanaal.
De endoscoop wordt aangesloten op een lichtbron.  Door de endoscoop is er een continue waterstroom om de blaas te vullen met water.  Op deze wijze wordt de blaaswand wat opgespannen en glad gemaakt zodat een betere beoordeling mogelijk is. Via het plaskanaal brengt de uroloog voorzichtig de endoscoop tot in de blaas.
Op het ogenblik dat de endoscoop wordt ingebracht, kan een wat onaangename gewaarwording optreden. Deze onaangename gewaarwording kan tot een minimum beperkt worden door GOED TE ONTSPANNEN. 
Na het onderzoek verwijdert de uroloog de endoscoop.

De eerst paar plasbeurten na een cystoscopie kunnen aanleiding geven tot een branderig gevoel in het plaskanaal.
Zeldzaam kan U ook wat roos verkleurde urine plassen. Dit is het gevolg van een bijmenging van wat bloed en moet U niet verontrusten.

Het verdient aanbeveling na het onderzoek goed te drinken. Dit vermindert het branderig gevoel zodat verdere plasbeurten volledig normaal verlopen.

Indien bepaalde verschijnselen na het onderzoek U verontrusten, aarzel dan niet Uw huisarts of uroloog te raadplegen.